10 oktober 2018

Mind the GAAP: Alternative Performance Measures (prof.dr. David Veenman VRC Regioborrel Amsterdam 27 september 2018)

De VRC Regioborrel vond voor het eerst plaats in het nieuwe VRC kantoor. Ruim twintig deelnemers waren gekomen om een aansprekende en wetenschappelijk doortimmerde lezing bij te wonen over alternatieve prestatiemaatstaven zoals beursgenoteerde bedrijven deze in onderscheid van respectievelijk in aanvulling op GAAP gebruiken.

David Veenman is als hoogleraar Financial Accounting verbonden aan de Universiteit van Amsterdam en heeft zich gespecialiseerd op de terreinen waardering van accounting systemen, insider trading, financial reporting, disclosure, financiële analyse en econometrische onderwerpen in accounting onderzoek.

Hij begon zijn presentatie met een rijstebrij van alternatieve financiële cijfers in een persbericht van Salesforce. Door de spreekwoordelijke bomen zie je het bos niet meer en valt alleen nog maar op dat de cijfers vooral omhoog gaan. Dit lijkt op manipulatie.

Overigens komt het ook voor dat alternatieve cijfers juist negatiever zijn, zoals bij DSM.

De GAAP en alternatieve cijfers blijken in de praktijk behoorlijk van elkaar af te wijken. Waar in de reguliere GAAP reporting sprake is van negatieve cijfers, zijn de alternatieve cijfers behoorlijk opgepoetst. Zo blijkt uit een vergelijking van deze cijfers voor Twitter, dat er vanaf 2013 volgens GAAP verliezen zijn, maar volgens alternatieve prestatiemaatstaven is er winst. Pas vanaf Q1 2017 lopen de cijfers weer enigszins in de pas.

De alternatieve prestatiemaatstaven lijken de beleggers enerzijds op het verkeerde been te zetten door de resultaten beduidend positiever voor te stellen, maar het elimineren van non cash items  (onder andere compensatie in aandelen, afschrijving immateriële activa en non cash interestkosten en impairments) resulteert in cijfers die anderzijds meer correleren met de beurskoers. De cijfers blijken bruikbaar voor het maken van een prognose. Het is dus de vraag of alternatieve prestatiemaatstaven slecht zijn (zoals Hans Hoogervorst van de IASB stelt) of bedoeld zijn als aanvullende informatie op de GAAP cijfers. Zo meent iemand als Baruch Lev (schrijver van “The End of Accounting”) dat GAAP tekort schiet voor informatiedoeleinden en dat alternatieve prestatiemaatstaven daarin voorzien. In de praktijk zie je dat beursgenoteerde bedrijven allerlei voorbehouden maken bij het vermelden van dergelijke maatstaven. Ook een topbelegger als Warren Buffett is van mening dat alternatieve maatstaven de werkelijke economische kosten en baten van een bedrijf beter representeren.

Uit onderzoek van David Veenman en Edith Leung, gepubliceerd in Journal of Accounting Research, naar ‘Non-GAAP earnings disclosure’ bij verliesgeven bedrijven, blijkt dat deze GAAP-cijfers niet voldoen aan eisen voor beslissingsinformatie. Vooral het opvoeren van kosten voor compensatie in aandelen en afschrijving van immateriële vaste activa blijkt niet zinvol voor het nemen van investeringsbeslissingen. Door correcties voor non-cash wordt meer en meer gestuurd op free cash flows, zoals wordt opgemerkt in de zaal.  Non-GAAP earnings blijken veel sterker dan GAAP earnings gecorreleerd aan toekomstige cash flows. Uit de levendige interactie met de spreker, blijkt dat de aanwezig leden dit herkennen en zelfs ook verwachten.

Professor Veenman sluit zijn interessante lezing en de interactieve discussie met de aanwezig leden af met een aantal concluderende opmerkingen:

  • Voor sommige bedrijven is GAAP, IFRS niet geschikt als voorspellende waarde;
  • Er is (vooral op basis van Amerikaans onderzoek) academisch bewijs dat de meeste bedrijven non-GAAP gebruiken als incrementele informatie voor externe stakeholders. Het voegt wat toe aan de GAAP-cijfers, juist omdat het meer zegt over de economische prestatie van het bedrijf;
  • In Europa is een dermate grote diversiteit aan alternatieve prestatiemaatstaven (EBIT(D)(A) o.a.) dat dit de consistentie en vergelijkbaarheid van financiële cijfers aantast;
  • In tegenstelling tot Amerika stelt Europa geen eisen aan het disclosen van non-GAAP-cijfers in persberichten, hetgeen tot allerlei verwarring leidt.

Alternatieve prestatiemaatstaven zijn dus bruikbaar, maar “mind the GAAP”.

Na de lezing werd in café SOOF nog een goed verzorgde borrel gehouden.

Martin Bogaard,
Commissie Events VRC

Zoek een RC